Weer zelf nadenken in Shared Spaces - Finext

Weer zelf nadenken in Shared Spaces

Toen ik laatst op internet wat aan googelen was op ‘zelf nadenken’, voor mij de essentie van zelforganisatie, kwam ik onderstaand artikel uit 2013 tegen van stedenbouwkundige Dick van Veen over Shared Spaces in het verkeer; deze regelarme gebieden waar mensen weer moeten nadenken over hun rol in het verkeer zijn inmiddels op honderden plekken te vinden, bijvoorbeeld sinds kort op de Ruijterkade achter het Centraal Station van Amsterdam.
Als mensen mij nu vragen waar wij onze klanten mee helpen, antwoord ik met: ‘wij creëren Shared Spaces in organisaties waar mensen weer zelf moeten nadenken, verbeteren en ondernemen’.
Veel (lees)plezier toegewenst!

Door Gijs Dijkman, november 2015

Shared space: kracht van zelfdenkend vermogen

Dick van Veen, augustus 2013

Stel je voor: een plein met een fraaie inrichting, boompjes en bankjes. Voetgangers bewegen zich kris-kras door de ruimte. Dwars daar doorheen beweegt zich autoverkeer. Absurd? Gevaarlijk? In tegendeel; het is dé manier om duidelijk te maken dat de omgeving niet alleen aan automobilisten toebehoort. De ruimte is van iedereen en wie toevallig autorijdt, hoort daar rekening mee te houden. Dit concept, ook wel bekend onder de noemer shared space (gedeelde ruimte) doet recht aan alle gebruikers van de openbare ruimte en geeft vooral ook de automobilist zijn eigen verantwoordelijkheid terug, voor zichzelf en de mensen om hem heen. Deelnemers aan het verkeer zijn niet langer robots die alleen maar reageren op stoplichten, signaleringen en verkeersborden. Ze nemen hun eigen verantwoordelijkheid voor veilig gedrag op de weg. Als we een straat inrichten met rijbanen, stoepranden of bermen links en rechts, lijkt het wel of we mensen die verantwoordelijkheid ontnemen. We willen van automobilist weer zelfdenkende wezens maken, die rekening houden met andere mensen om hen heen. De ruimte kan dan ook flexibeler worden ingericht. Door de rijbanen en trottoirs weg te laten of minder nadrukkelijk in de straat terug te laten komen, komt er veel meer ruimte vrij voor landschappelijke en stedenbouwkundige aspecten.

shared space zelforganisatieHet lijkt alsof in deze denkwijze anarchie troef is en verkeersregels overbodig zijn. Dat is natuurlijk niet waar. In de wegenverkeerswet staat hoe verkeersdeelnemers zich horen te gedragen. Het is de leidraad voor alle gebruikers van de openbare ruimte. Maar de inrichting van diezelfde openbare ruimte met verkeersborden, pijlen op het wegdek en markeringen op de weg, suggereert nou juist dat we aan de wet niet genoeg hebben. Een betuttelende overheid haalt permanent de prikkel weg om na te denken over je eigen gedrag. Met als gevolg dat mensen niet langer nadenken. Ze worden inderdaad de robots die stokdoof en stekeblind het gas indrukken als het groen wordt en remmen als het rood wordt.

Meer blikschade

Door alle overbodige aanwijzingen weg te laten, doe je daarentegen een beroep op de kennis en het geheugen van mensen om zich dingen te herinneren die ze wel hebben geleerd. Onderzoek wijst uit dat dit wellicht tot meer blikschade leidt, maar ook tot minder ziekenhuisopnamen en dodelijke ongevallen. Opvallend is dat tegelijkertijd de onveiligheidsgevoelens van mensen toenemen. Ze voelen zich ontheemd als ze rondrijden in een gebied zonder duidelijke stoepen en straten. Daardoor neemt de gemiddelde rijsnelheid af en reageren ze veel alerter. Een klein beetje onzekerheid zorgt zo voor meer verkeersveiligheid.

Je moet shared space echter niet alleen zien als een concept om de verkeersveiligheid te vergroten. Het is een grondgedachte over hoe je anders kunt omgaan met de openbare ruimte en dus ook met het verkeer. Die grondgedachte heeft niet alleen gevolgen voor de verkeersveiligheid, maar ook voor de stedelijke inpasbaarheid, de leefbaarheid, de doorstroming, toegankelijkheid; alle denkbare verkeerskundige en ruimtelijke criteria spelen hierbij een rol.

Shared space past bij de menselijke schaal, de schaal van de stad. Openbare ruimte is de plaats waar mensen elkaar ontmoeten. Waar we leven, werken of recreëren. En daar is de auto te gast. Er kan een kroeg op de hoek zitten, een restaurant, een school of een bejaardentehuis. Overal waar de straat voor meer wordt gebruikt dan alleen voor verkeer, is een aanleiding om dat te doen. En waar verkeerskundigen tegenwoordig de inrichting van de ruimte vooral laten afhangen van het aantal auto’s in een gebied, denk ik dat het vooral afhankelijk moet zijn van de omgevingsfuncties.

Meer kwaliteit

Met de basisfilosofie dat mensen voor zichzelf kunnen beslissen en daarvoor geen overheid nodig hebben, zie je vaak dat ook de kwaliteit van de ruimte omhoog gaat: asfalt wordt vervangen door klinkers; trottoirs en geconcentreerde oversteeklocaties zijn niet meer nodig. Wegmarkering – toch eigenlijk simpelweg de autoCAD-arceringen die zo van de computer naar de straat zijn gekopieerd – worden overbodig. Het is niet langer meer de voetganger die de straat moet oversteken, maar de auto die de openbare ruimte doorkruist en daarbij heel rustig en logisch over een plein heen beweegt. Dat maakt de openbare ruimte aantrekkelijker, terwijl de verkeersfunctie behouden blijft.

Zelfdenkzaamheid en gezamenlijke verantwoordelijkheid zijn in dit kader belangrijk; ze refereren aan de huidige cultuur van deregulatie, de overheid die op alle aspecten van de samenleving de verantwoordelijkheid teruggeeft aan de burger. Participatie van diezelfde burger in de ontwerpfase is dan ook noodzakelijk hierbij; als je mensen laat meedenken, gaan ze elkaar ook uitleggen hoe het werkt, in plaats van alleen maar de mopperen op de overheid. Participatie snijdt dus aan twee kanten: burgers denken zelf na en komen er samen met de overheid uit. Dat leidt tot een veel sterkere manier van samenleven dan het beperken van de rol van de burger tot inspraak over een beslissing die de overheid eigenlijk al voor hem heeft genomen.

Hierbij ook de link naar het oorspronkelijke artikel met daarbij ook interessante reacties van lezers:
http://www.overruimte.nl/2013/shared-space-verleidt-de-burger-weer-zelfdenkend-te-worden/